De kunst van het gelijk krijgen

De oerpessimist Schopenhauer geloofde niet in de goedheid van de mens. Door hun “natuurlijke slechtheid” willen mensen altijd gelijk krijgen, ook al hebben ze dat niet. Helaas is dat erg herkenbaar tegenwoordig. Schopenhauer schreef er een leuk boekje over, in het Nederlands vertaald als “de kunst van het gelijk krijgen.” Hij beschrijft daarin 38 kunstgrepen om gelijk te krijgen. Dat heeft volgens hem niets te maken met de vraag wie er nu objectief gelijk heeft of niet. Je kunt ze zelf tegen iemand gebruiken, maar ze zijn voor de goedwillenden onder ons vooral handig om (oneigenlijke) strategieën van de tegenpartij te ontmaskeren. Enkele voorbeelden:

Kunstgreep 1: De verruimming. Maak de bewering van de tegenstander algemener dan bedoeld, en val die overdreven bewering aan. Voorbeeld: Alle Duitse hanzesteden werden in 1814 onafhankelijk. De tegenstander brengt hier tegenin dat Danzig toen juist zijn onafhankelijkheid verloor. Als je niet weet dat Danzig een Poolse hanzestad stad is, klinkt dit als een valide tegenargument.

Kunstgreep 8: Lok de tegenstander uit zijn tent. Als hij kwaad is, is hij niet meer in staat om goed te oordelen. Behandel hem onrechtvaardig, en wees onbeschoft.

Kunstgreep 32: Breng de bewering van de tegenstander onder in een gehate categorie. Zeg bijvoorbeeld dat het mysticisme, spiritualisme of extremisme is.

Kunstgreep 35: Probeer de tegenstander duidelijk te maken dat zijn mening nadelig voor hemzelf is. Niemand zal een standpunt verdedigen dat tegen zijn belang ingaat. Maak bijvoorbeeld een geestelijke wijs dat zijn stelling indirect in tegenspraak is met de dogma’s van de kerk. Werkt ook andersom: als, voor een gelovig publiek, een gelovige dit argument gebruikt tegen een niet-gelovige, zal die laatste in de ogen van het publiek nooit meer gelijk krijgen.

Nog geen reacties

Reageer: